Elk jaar verdrinken er kinderen in Nederland. Kinderen met een migratieachtergrond lopen daarbij meer risico dan kinderen met een Nederlandse achtergrond, blijkt uit cijfers van het CBS. Teun Driessen besloot in actie te komen. Via zijn Stichting One Big Smile leren inmiddels meer dan 200 vluchtelingenkinderen per week veilig zwemmen. Thomas van Villanova steunt dit initiatief al sinds 2019. Teun en zijn medebestuurslid Joop Meijsen vertellen er graag zelf over.
Het begon niet met een plan, maar met een ongemakkelijk gevoel. ‘Ik golfde op golfclub Princenbosch in Molenschot, vlak naast het AZC in Gilze’, vertelt Teun. ‘Ik zag daar de mensen lopen en dacht: dit voelt niet goed. Dit is echt totaal niet hoe de wereld eruit zou moeten zien. Waarom lopen wij hier? Waarom kijken we ernaar? Waarom doen we niets?’
Teun besloot het AZC binnen te stappen, waar destijds zo’n 1.200 mensen woonden, onder wie veel gezinnen met jonge kinderen. ‘Ik zag daar gewoon de pijnlijke situatie. Ik vroeg de mensen of ze eens op wilden schrijven wat ze écht nodig hadden. Bovenaan stond zwemles. Binnen no-time hadden we het met een club gefinancierd, voor twaalf kinderen.’
Toen wilde hij eigenlijk stoppen. ‘Ik dacht: wat leuk dat het gelukt is, laten we dit nou een beetje afsluiten. Maar toen zei iedereen tegen mij: je kunt hier niet mee stoppen, dit is echt zo’n succes.’ Via Hans Botman, die inmiddels overleden is, kwam Teun in contact met Joop. ‘Hans zei tegen mij: Teun, je bent met mooie dingen bezig. Hij wilde meedoen, maar alleen als Joop erbij kwam. En toen hebben we met z’n drieën echt stappen gezet.’ Inmiddels maken ook Niels de Beer en Bram Timmers deel uit van het bestuur.

Meer dan een zwemdiploma
Stichting One Big Smile is ontstaan in Breda en maakt inmiddels voor negen AZC’s in Brabant zwemlessen mogelijk, onder meer in Gilze-Rijen, Oirschot, Budel en Liessel. Ruim tweehonderd kinderen zwemmen er wekelijks. Ook volwassenen, jeugdige statushouders die nergens anders terechtkunnen, krijgen via One Big Smile zwemles. ‘Veel vluchtelingen komen uit een land zonder zwemlescultuur. Bovendien zijn ze vaak nooit vertrouwd geraakt met water’, zegt Joop. ‘Juist in een waterrijk land als Nederland kan dat gevaarlijk zijn.’ ‘Het begint allemaal met watergewenning’, legt Teun uit. ‘De badmeester leert ze omgaan met water op een veilige manier. We beginnen in het voetenbadje en breiden dat langzaam uit. Het is hartstikke leuk, maar we laten ze ook voelen dat het gevaarlijk kan zijn.’
‘Geld is energie’
Elke week rijden er busjes met kinderen van AZC’s naar zwembaden. Chauffeurs, zwembadhuur, een bijdrage bij het behalen van een diploma, het moet allemaal betaald worden. ‘Wij doen dit vrijwillig, maar we hebben wel geld nodig om dit hele circus te laten draaien. Geld is energie, zeg ik altijd’, zegt Teun. Zuinig omgaan met de middelen vindt hij belangrijk. ‘We zijn heel nauwkeurig over hoe dat geregeld wordt. We willen liever meer kinderen helpen dan één duur project erdoorheen duwen en daarna kinderen moeten teleurstellen.’
De vraag naar zwemlessen groeit sneller dan het budget. ‘We worden nu al benaderd door het AZC in Oosterhout’, vertelt Joop. ‘De vraag is groter dan we op dit moment kunnen beantwoorden.’ Teun: ‘Dat is meteen onze grootste uitdaging: de sponsorwerving. Het aantal kinderen dat behoefte heeft aan zwemles wordt steeds groter. Dat tempo willen we blijven volgen. Want je leest nog steeds in de krant hoe vaak het misgaat, en we weten wat we voor deze kinderen kunnen betekenen.’
Waarom de steun van Thomas van Villanova telt
Thomas van Villanova steunt het zwemproject al sinds 2019. ‘Onze dankbaarheid is groot’, zegt Teun. ‘Jullie zorgen er onder andere voor dat wij dit kunnen doen. Zonder die steun is er geen draagvlak om dit op te lossen.’