Gerdien de Graaf-Oggel is er voor de dak- en thuislozen mensen op straat. Oprecht naar hen luisteren, dat is haar werk. Ze is straatpastor in Eindhoven, bij Stichting oog in Oog. Toch weten maar weinig mensen wat ze precies doet. Hoog tijd om Gerdien zelf aan het woord te laten.

Je bent straatpastor. Wat is dat precies?
‘Mijn collega Rob Kosterman noemde het ooit een soort geestelijk verzorger voor dak- en thuisloze mensen. Dat dekt het volgens mij wel goed. Geestelijk verzorgers in een ziekenhuis of verzorgingshuis zijn vaak bezig met ziekte of een binnenkort overlijden. Bij mij zit het meer in een luisterend oor bieden en er zijn. Elke week even mijn neus laten zien, tijd hebben voor iemand. Op een heel laagdrempelige manier bouw ik een band op met mensen. En als er dan een keer een vraag komt, kan ik daarop inhaken.’

Hoe ben je bij dit werk terechtgekomen?
‘Ik werkte hiervoor 6,5 jaar als coördinator bij ’t Hemeltje, een inloophuis voor dak- en thuisloze mensen. Toen dat werk stopte, ging ik op zoek naar wat ik verder wilde. Er kwam een verlangen naar boven: werken als straatpastor. Daarom vroeg ik straatpastor Rob Kosterman of ik met hem mocht meelopen. Dat deed ik 5,5 jaar lang, één dag in de week, als vrijwilliger. Daarnaast volgde ik de deeltijdopleiding theologie. Ik vind: als je jezelf pastor noemt, moet je daar ook meer van weten. Inmiddels ben ik twee jaar officieel ingezegend en betaald aan het werk als straatpastor.’

Moet je per se gelovig zijn om dit werk te kunnen doen?
‘Nee, dat is geen voorwaarde. Voor mij voelt het alleen wel als een roeping. Ik denk vaak aan hoe Jezus er was voor de mensen die buitengesloten waren, geen rechten hadden of kwetsbaar waren. Hoe hij daar gewoon aanwezig was, zonder voorwaarden. Dat gevoel van roeping herken ik ook bij veel collega’s in het land. Maar ik ken ook een collega die dit werk doet vanuit een humanistische overtuiging, zonder dat een geloof daarbij een rol speelt. Voor hem gaat het puur om menswaardigheid en gelijkwaardigheid. We zijn allemaal mensen en we zijn gelijk aan elkaar.’

Wat is het mooiste aan dit werk?
‘De gesprekken. Je komt erachter dat iemand opa is, lang in het buitenland heeft gewoond of ooit professor was. De mooiste verhalen komen voorbij. Ik hoef nergens een oordeel over te hebben, ik ga er gewoon vanuit dat het waar is en luister er geïnteresseerd naar. Wat ik ook fijn vind, is dat je geen begeleidingsplan hoeft bij te houden en geen doelen hoeft te halen binnen een bepaalde tijd. Daardoor kan ik ook andere vragen stellen en heb ik meer tijd. Ik durf bijvoorbeeld aan iemand die ziek is te vragen: stel dat je komt te overlijden, wat wil je dan? Wie moet ik dan voor je inschakelen? Die vragen durfde ik in mijn rol als hulpverlener niet zo snel te stellen. Het gaat er nu niet om wat ik breng, het is genoeg dat ik er ben.’

Wat is nog meer een belangrijk onderdeel van je werk?
‘Ik verzorg herdenkingen. Bij ’t Hemeltje staat een glazen kast met foto’s van overleden bezoekers, de Wall of Fame. Als iemand overlijdt, wordt diegene herdacht en niet vergeten. Zijn naam wordt genoemd, hij krijgt een plek in onze gemeenschap. Inmiddels word ik ook door andere organisaties gevraagd om een herdenking te doen, zoals bij een hostel van Novadic-Kentron in Eindhoven.’

Wat betekent de steun van fondsen zoals Thomas voor jou?
‘Heel veel! Fondsenwerving hoort bij het runnen van een stichting. Elk jaar vragen we als bestuur opnieuw steun aan bij kerken en fondsen en houd ik ze zo goed mogelijk op de hoogte. Het bestuur van Thomas is heel betrokken en oprecht geïnteresseerd. Als ze een tijd niets van me horen, trekken ze zelf aan de bel om te vragen hoe het gaat. Dat vind ik heel tof.’

Meer weten over Stichting oog in Oog?
Klik hier!